Sociale bescherming cruciaal om gevolgen klimaatcrisis aan te pakken, maar landen die deze gevolgen meest voelen zijn minst voorbereid
Overheden moeten meer doen om universele sociale bescherming in te zetten om zich aan te passen aan de impact van klimaatverandering en de gevolgen hiervan te beperken, zodat een rechtvaardige overgang tot stand kan komen.
12 september 2024
GENEVE/BRUSSEL (ILO Nieuws) – Overheden slagen er niet in om hun sterk potentieel inzake sociale bescherming in te zetten om de effecten van de klimaatcrisis tegen te gaan en een rechtvaardige overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen, zo blijkt uit een nieuw rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Het rapport stelt ook vast dat de landen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering vaak ook de laagste niveaus van sociale bescherming hebben.
Het World Social Protection Report 2024-26: Universal Social Protection for Climate Action and a Just Transition stelt vast dat voor het eerst meer dan de helft van de wereldbevolking (52,4 procent) een vorm van sociale bescherming geniet. Dit is een stijging ten opzichte van 42,8 procent in 2015, het jaar waarin de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen werden aangenomen.
In Europa en Centraal-Azië wordt 85,2% van de bevolking gedekt door minstens één socialezekerheidsuitkering (tegenover 82,1% in 2015).
In de 20 landen die het meest kwetsbaar zijn voor de klimaatcrisis, geniet echter meer dan negen op de tien mensen (364 miljoen) nog steeds geen enkele vorm van sociale bescherming. In de 50 meest klimaatgevoelige landen heeft drie vierde van de bevolking (2,1 miljard mensen) geen enkele vorm van sociale bescherming. Wereldwijd hebben de meeste kinderen (76,1 procent) nog steeds geen effectieve sociale bescherming. Er is ook een aanzienlijke genderkloof, waarbij vrouwen minder dekking genieten dan mannen (respectievelijk 50,1 en 54,6 procent).
Deze kloven zijn belangrijk gelet op de potentiële rol van sociale bescherming in het verzachten van de impact van de klimaatverandering, het helpen van mensen en de maatschappij om zich aan te passen aan een nieuwe klimaatvolatiele realiteit en een rechtvaardige overgang naar een duurzame toekomst te faciliteren. “Klimaatverandering kent geen grenzen en we kunnen geen muur bouwen om de crisis buiten te houden. De klimaatcrisis raakt ons allemaal en vormt de grootste bedreiging voor sociale rechtvaardigheid op dit moment”, zei Gilbert F. Houngbo, Directeur-generaal van de ILO. “Veel van de landen die het hardst door deze crisis worden getroffen, hebben niet de middelen om de gevolgen voor het milieu en het levensonderhoud op te vangen. We moeten erkennen dat wat er met de getroffen gemeenschappen gebeurt, gevolgen heeft voor ons allemaal. Universele sociale bescherming staat bovenaan de lijst van instrumenten die we ter beschikking hebben om ervoor te zorgen dat de klimaatcrisis de ongelijkheid en uitsluiting in de getroffen gemeenschappen niet vergroot.”
Sociale bescherming kan mensen helpen om zich aan te passen aan en om te gaan met klimaatgerelateerde schokken door sociale bescherming te bieden, zoals bestaanszekerheid en toegang tot gezondheidszorg. Bovendien kan sociale bescherming gezinnen, werknemers en bedrijven beschermen tijdens de groene overgang en duurzamere economische praktijken mogelijk maken. Dit omvat ook het ondersteunen van werknemers met opleiding en bijscholing, zodat ze over de kennis en vaardigheden beschikken om te kunnen werken in groene en koolstofarme sectoren. Sociale bescherming zorgt er ook voor dat alle banen waardig zijn, met voldoende bescherming en voordelen.
“Sociale bescherming is essentieel om ervoor te zorgen dat de groene en koolstofarme energietransitie niemand in de steek laat. Sociale bescherming universeel maken is niet alleen ethisch, maar ook praktisch: door werknemers overal te ondersteunen en te beschermen, kunnen we de angst voor de transitie wegnemen, wat essentieel is om de steun van de bevolking te mobiliseren voor een duurzame en rechtvaardige overgang”, zei de Directeur-generaal.
Maar ondanks de rol van sociale bescherming als katalysator en aanjager van positieve klimaatactie, slagen regeringen er niet in om het potentieel van sociale bescherming optimaal te benutten, grotendeels door aanhoudende gaten in de dekking en een aanzienlijk gebrek aan investeringen.
Gemiddeld besteden landen zo’n 13 procent van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) aan sociale bescherming (exclusief gezondheidszorg). Maar terwijl landen met hoge inkomens gemiddeld 16,2 procent uitgeven, besteden landen met een laag inkomen slechts 0,8 procent van hun BBP aan sociale bescherming. Lage inkomenslanden - waaronder landen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering - hebben 308,5 miljard dollar extra per jaar nodig (meer dan de helft van hun BBP) om ten minste één elementaire sociale bescherming te garanderen, en er zal internationale steun nodig zijn om dit doel te bereiken.
Het rapport roept op tot het nemen van doortastende en geïntegreerde beleidsmaatregelen om de lacunes te dichten en stelt dat het tijd is om aanzienlijk te investeren in sociale bescherming. Het rapport maakt aanbevelingen om het beleid te helpen sturen en duurzame resultaten te verzekeren, waaronder:
- Voorbereid zijn op zowel 'gewone' levenscyclusrisico's als klimaatgerelateerde schokken door vooraf sociale beschermingssystemen in te voeren en ervoor te zorgen dat iedereen adequate sociale bescherming geniet.
- Sociale bescherming gebruiken om inspanningen voor de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering te ondersteunen en ervoor zorgen dat die maatregelen door het publiek worden aanvaard.
- Prioriteit geven aan investeringen in sociale bescherming, met inbegrip van externe steun voor landen met beperkte fiscale ruimte.