GENÈVE (ILO Nieuws) – De wereldwijde werkloosheid blijft stabiel, maar de vooruitgang richting waardig werk is tot stilstand gekomen, zo blijkt uit een nieuw rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Het rapport waarschuwt bovendien dat jongeren nog steeds met grote moeilijkheden worden geconfronteerd, terwijl artificiële intelligentie en onzekerheid rond het handelsbeleid de arbeidsmarkten verder dreigen te verzwakken.
Volgens het rapport Sociale en werkgelegenheidstrends 2026 zal het wereldwijde werkloosheidspercentage in 2026 naar verwachting stabiel blijven op 4,9 procent, wat overeenkomt met 186 miljoen werklozen. Toch blijven miljoenen werknemers wereldwijd verstoken van kwalitatief hoogwaardige banen.
“De veerkracht van de groei en de stabiliteit van de werkloosheidscijfers mogen ons niet afleiden van een diepere realiteit: honderden miljoenen werknemers blijven gevangen in armoede, informeel werk en uitsluiting,” zei de Directeur-generaal van de ILO, Gilbert F. Houngbo.
Kwaliteit banen onder druk
Bijna 300 miljoen werknemers leven nog steeds in extreme armoede en verdienen minder dan 3 dollar per dag, terwijl de informalisering toeneemt: tegen 2026 zullen naar schatting 2,1 miljard werknemers een informele baan hebben, met beperkte toegang tot sociale bescherming, arbeidsrechten en jobzekerheid. Het schrijnende gebrek aan vooruitgang in lage-inkomenslanden verergert de situatie van werknemers die worden geconfronteerd met de meest precaire arbeidsomstandigheden.
Het rapport benadrukt dat de vertraging in de overgang van economieën naar sectoren en diensten met een hogere toegevoegde waarde een belangrijk obstakel vormt voor duurzame vooruitgang op het gebied van banenkwaliteit en productiviteitsgroei.
Jongeren en de risico’s van AI
Jongeren blijven aanzienlijke moeilijkheden ondervinden. De jeugdwerkloosheid bereikte in 2025 12,4 procent: ongeveer 260 miljoen jongeren zitten zonder baan, onderwijs of opleiding (NEET). In lage-inkomenslanden loopt het NEET-percentage op tot maar liefst 28 procent. De ILO waarschuwt dat artificiële intelligentie en automatisering deze problemen zouden kunnen verergeren, met name voor pas afgestudeerde jongeren in hoge-inkomenslanden die op zoek zijn naar hun eerste baan in hooggekwalificeerde beroepen.
Hoewel de algemene impact van AI op de jeugdwerkgelegenheid onzeker blijft, is een waakzame opvolging nodig gezien de potentiële omvang.
Aanhoudende genderongelijkheden
Vrouwen blijven geconfronteerd worden met diepgewortelde obstakels, die grotendeels verband houden met sociale normen en stereotypen. Zij vertegenwoordigen slechts twee vijfde van de wereldwijde werkgelegenheid en hebben een kwart minder kans dan mannen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. De vooruitgang in de arbeidsparticipatie van vrouwen is tot stilstand gekomen, en dit vertraagt de vooruitgang richting gendergelijkheid op het werk.
Demografische veranderingen hervormen de arbeidsmarkten
Het rapport analyseert ook hoe demografische ontwikkelingen de arbeidsmarkten hertekenen.
De vergrijzing van de bevolking vertraagt de groei van de beroepsbevolking in hoge-inkomenslanden, doordat het aantal mensen op arbeidsleeftijd dat kan toetreden tot of actief kan blijven op de arbeidsmarkt afneemt. Daartegenover staat dat lage-inkomenslanden moeite hebben om een snelle bevolkingsgroei om te zetten in productieve banen.
De werkgelegenheidsgroei in 2026 wordt geraamd op 0,5 procent in hogere middeninkomenslanden, 1,8 procent in lagere middeninkomenslanden en 3,1 procent in lage-inkomenslanden. Bij gebrek aan voldoende productieve banen dreigen de armste landen hun demografisch dividend te verspillen, waarschuwt de ILO.
De lage groei van de arbeidsproductiviteit in lage-inkomenslanden vergroot bovendien de geografische ongelijkheden, belemmert de vooruitgang richting waardig werk en vertraagt de convergentie van levensstandaarden met die van geavanceerde economieën.
Handelsverstoringen
Verstoringen in de wereldhandel vergroten de onzekerheid op de arbeidsmarkten. Onzekerheid over handelsregels en knelpunten in toeleveringsketens drukken op de lonen van werknemers, in het bijzonder in Zuidoost-Azië, Zuid-Azië en Europa. Niettemin blijft handel een belangrijke bron van werkgelegenheid en ondersteunt zij wereldwijd 465 miljoen werknemers, van wie meer dan de helft in Azië en het Stille Oceaangebied.
Handel kan een krachtige motor zijn voor waardig werk, vooral in lage- en middeninkomenslanden, waar exportgerichte sectoren vaak hogere lonen bieden, een lager niveau van informalisering kennen en meer kansen creëren voor vrouwen en jongeren, zo benadrukt het rapport. Digitaal geleverde diensten vertegenwoordigen inmiddels 14,5 procent van de wereldwijde export, en bijna de helft van de handelsgerelateerde banen bevindt zich in de marktgerichte dienstensector. Hoewel de handel tussen ontwikkelingslanden is toegenomen, blijven veel landen in Afrika en Zuid-Amerika sterk afhankelijk van markten buiten hun regio voor het merendeel van de handelsgerelateerde werkgelegenheid.
De Directeur-generaal van de ILO benadrukte de noodzaak van gecoördineerde actie en sterkere instellingen om waardig werk en sociale rechtvaardigheid te bevorderen, met name in de armste economieën, die dreigen achter te blijven naarmate toeleveringsketens en digitale handel zich verder ontwikkelen.
“Tenzij regeringen, werkgevers en werknemers gezamenlijk optreden om technologie op verantwoorde wijze te benutten en de kansen op kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren uit te breiden via coherente en gecoördineerde institutionele antwoorden, zullen de tekorten aan waardig werk blijven bestaan en zal de sociale cohesie in het gedrang komen,” zei Houngbo.
Het rapport doet verschillende aanbevelingen om de huidige uitdagingen aan te pakken:
- Beleidsmaatregelen uitvoeren die de productiviteit bevorderen, met name door investeringen in vaardigheden, onderwijs en infrastructuur.
- De kloof tussen mannen en vrouwen en tussen generaties verkleinen door belemmeringen voor arbeidsmarktparticipatie weg te nemen en technologie op verantwoorde wijze te benutten.
- De positieve effecten van handel op waardig werk versterken, zodat alle regio’s profiteren van de mondiale handel.
- De risico’s in verband met schuldenlast, kunstmatige intelligentie en handels-onzekerheid beperken via gecoördineerd beleid op nationaal en mondiaal niveau.