IAO-rapport

Ondanks hogere scholing vinden werknemers niet altijd geschikte job

De IAO lanceert een nieuw online referentiekader dat het verband tussen het onderwijsniveau en de toegang tot de arbeidsmarkt onderzoekt.

16 november 2015

GENEVE/BRUSSEL (IAO Nieuws) – Het opleidingsniveau van de beroepsbevolking wereldwijd is gestegen, maar de toegang tot hoger onderwijs leidt globaal gezien niet tot lagere werkloosheidscijfers, zo blijkt uit de 9e editie van het IAO-rapport “Key Indicators of the Labour Market” (KILM) .

Volgens de laatste editie van de KILM, die deel uitmaakt van een meer uitgebreid bestand van statistische gegevens (ILOSTAT), hebben slechts twee van de 64 landen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, tijdens de afgelopen 15 jaar de beroepsbevolking met een hoger diploma niet zien toenemen. De grootste toenames werden geregistreerd in Canada, Luxemburg en Rusland.

Tegelijkertijd daalde het aantal werknemers en werklozen met enkel een diploma lager onderwijs of geen enkel.

“Dit is een positieve ontwikkeling voor deze individuen, aangezien hogeropgeleide werknemers normaal gezien meer verdienen en betere werkomstandigheden kennen.” merkt Steven Kapsos op, Hoofd Data-analyse en –productie bij het IAO departement voor Statistiek. “De ontwikkeling is ook positief voor de betrokken landen: er bestaat een sterke correlatie tussen het opleidingsniveau van de beroepsbevolking en de arbeidsproductiviteit van een land.”

Dit betekent echter niet dat hoogopgeleide werknemers automatisch meer kans hebben om een job te vinden. In de meeste hoge-inkomenseconomieën lopen ze minder risico op werkloosheid. In economieën met lage of middelhoge inkomens zijn ze echter meer vatbaar voor werkloosheid dan werknemers met een lager opleidingsniveau.

“Dit weerspiegelt de discrepantie tussen het aantal geschoolde personen en het aantal beschikbare jobs die passen bij hun vaardigheden en verwachtingen,” zegt Rosina Gammarano van het IAO departement voor Statistiek. “Als die mismatch niet wordt aangepakt, kan hij een halt toeroepen aan de economische groei en ontwikkeling.”

Jeugdwerkloosheid en de genderkloof

Het rapport bevat ook gegevens over het aantal jongeren dat noch aan de arbeidsmarkt deelneemt, noch onderwijs of een opleiding volgt (de zogenaamde ‘NEET’-groep), één van de indicatoren die wellicht gebruikt zullen worden bij de opvolging van Doelstelling 8 van de 2030 Agenda voor Duurzame ontwikkeling, en in het bijzonder de beoogde vermindering van de NEET-groep.

De ‘NEET’-groep is tijdens de laatste jaren toegenomen in hoge-inkomenseconomieën die sterk getroffen werden door de crisis, zoals Cyprus, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje.
Anderzijds is deze groep kleiner geworden in hogere midden-inkomenslanden, zoals Bulgarije, en landen met lage inkomens, zoals Cambodja.

De gender kloof blijft hardnekkig in de meeste ontwikkelingslanden waarvoor gegevens beschikbaar zijn, en het aantal jonge vrouwen in de ‘NEET’-groep bedraagt in Egypte maar liefst 40%, vergeleken met 17.3% jonge mannen.

Het rapport bevat vier indicatoren die de directe link bestuderen tussen het opleidingsniveau en de arbeidsmarkten.