Alliantie 8.7
Nederland wordt pioniersland voor Alliantie 8.7
Nederland werd onlangs een pioniersland voor Alliantie 8.7. IAO-Brussel interviewde Wilm Geurts, Directeur Internationale Zaken bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland, over deze nieuwe status.
15 februari 2022
Nederland is onlangs een pioniersland geworden voor Alliantie 8.7, een wereldwijd partnerschap dat staten, internationale organisaties, bedrijven en leden van het maatschappelijk middenveld samenbrengt onder auspiciën van de VN om een dubbel doel te bereiken. Het gaat erom tegen 2025 een einde te maken aan kinderarbeid en tegen 2030 aan dwangarbeid, en zo doelstelling 8.7 van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen te bereiken.
De pionierslanden (pathfinder countries) gaan verder en sneller om doelstelling 8.7 te halen. Zij verbinden zich ertoe hun inspanningen te versnellen, nieuwe benaderingen uit te proberen en met anderen samen te werken. Nederland is de tweede EU-lidstaat die een pioniersland wordt voor Alliantie 8.7.
IAO-Brussel interviewde Wilm Geurts, Directeur Internationale Zaken bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland, over deze nieuwe status, en blikken vooruit naar de Vijfde Internationale conferentie over kinderarbeid, die wordt georganiseerd door Zuid-Afrika in mei 2022.
Waarom heeft Nederland beslist om een pionier/pathfinder te worden en welke zijn de voornaamste prioriteiten van de Overheid?
Nederland is sinds lange tijd betrokken bij de strijd tegen kinderarbeid. De tweede Internationale conferentie over kinderarbeid vond bijvoorbeeld in 2010 plaats in Den Haag. Ook vorig jaar n.a.v. het Internationaal Jaar tegen kinderarbeid heeft Nederland een aantal activiteiten op touw gezet. De pathfinder status past goed bij ons engagement om samen met alle partijen kinderarbeid uit te bannen.
Ons plan bevat drie prioriteiten:
1/ het bedrijfsleven stimuleren en activeren
We benaderen en ondersteunen het bedrijfsleven actief met verschillende instrumenten, zoals bewustwordingscampagnes, het delen van kennis en het bieden van technische en financiële ondersteuning. Die instrumenten ontwikkelen overheid, sociale partners en NGOs samen. Er zijn tools die bedrijven rechtstreeks kunnen helpen, zoals bv. het Fonds Bestrijding Kinderarbeid dat subsidies toekent aan bedrijven zodat ze doelgerichte projecten tegen kinderarbeid in hun toeleveringsketen kunnen opzetten.
Wetgeving die bedrijven in algemene zin verplicht due diligence toe te passen in hun ketens zal uiteindelijk het sluitstuk vormen. Het nieuwe kabinet heeft besloten tot nationale wetgeving en is in afwachting van het aangekondigde voorstel van de Europese Commissie op dit gebied. Samen met allerlei andere maatregelen om het bedrijfsleven te stimuleren en te ondersteunen, moet dit bedrijven gaan helpen duurzaam te ondernemen in de toeleveringsketen.
2/ de internationale dialoog verder brengen en verdiepen
Nederland vindt het belangrijk om dit onderwerp te blijven agenderen. We proberen de agenda vooruit te brengen, op internationaal niveau, maar ook op nationaal niveau en hierbij betrekken we alle partners. Zo hebben we het afgelopen jaar aan diverse conferenties en events een bijdrage geleverd om best practices te delen en het belang van onderwijs en een leefbaar loon te onderstrepen. Ik denk bijvoorbeeld aan een duo-optreden van mijn collega van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de directeur duurzaamheid van Verstegen Spices & Sauces tijdens de Internationale Conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) om de concrete projecten dankzij het Fonds Bestrijding Kinderarbeid over het voetlicht te brengen.
3/ impact en vooruitgang monitoren en resultaten boeken
Engagement en ambities uitspreken is één zaak, maar ze opvolgen en ook resultaten boeken is twee. Via haar deelname aan de Monitoring working group van de Alliance probeert Nederland hieraan ook actief bij te dragen.
U vermeldde het engagement van Nederland om kinderarbeid in de mondiale toeleveringsketen te bestrijden. Welke strategie zal uw land hanteren?
Eén pijler is de dialoog met het bedrijfsleven. We zien een grote bereidheid, maar bedrijven hebben wel hulp nodig. Een tweede pijler is de samenwerking met lokale partners via een gebiedsgerichte aanpak. Oplossingen kunnen alleen maar duurzaam zijn als alle partijen betrokken worden terplekke.
Dat doen we via het programma Work: no child’s business. Dit programma richt zich op de aanpak van alle factoren en oorzaken van kinderarbeid, zoals armoede en gebrekkig onderwijs. Daarnaast werken we ook nauw samen met lokale overheden in de productielanden zelf. Nederland ondersteunt bv. het ACCEL project dat zich richt op de uitbanning van kinderarbeid in een aantal landen in Afrika.
Elk jaar worden naar schatting tussen 5,000 en 7,500 kinderen en volwassenen het slachtoffer van mensenhandel in Nederland. Hoe pakt de Overheid dit probleem aan?
Deze schattingen komen uit het Voortgangsrapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en dit is inderdaad een aangrijpend aantal. We worden geconfronteerd met een hardnekkig probleem.
We hebben een Nationaal programma ’Samen tegen mensenhandel’ waarbij onder meer gemeentes, de inspectie, justitie en professionals in het veld samenwerken. Mensenhandel doet grove afbreuk aan de waardigheid van mensen. Daarom zet het nieuwe kabinet dit programma voort en nemen we maatregelen tegen uitbuiting. Er komt een nieuwe wet die sekswerk beter moet reguleren. Er wordt ook aandacht besteed aan de verbetering van de strafbaarstelling, en (de toegankelijkheid van) hulpverlening voor slachtoffers.
Wat zijn uw verwachtingen voor de 5e internationale conferentie over kinderarbeid?
Ik hoop op een brede aanwezigheid, van alle partijen: de sociale partners, NGOs, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en overheden. Zoals ik al zei is monitoring erg belangrijk: we moeten goed analyseren waar we nu staan t.o.v. de eerder gemaakte pledges (bv. tijdens het Internationaal Jaar in 2021). Het zal belangrijk zijn om de gemaakte pledges na te komen, want we zijn er zeker nog niet.
Op basis van deze analyse moeten we een actiegerichte agenda vooropstellen, en de dialoog versterken tussen producerende en consumerende landen. Geen enkel land kan het probleem van kinderarbeid op zichzelf aanpakken: samenwerking is het sleutelwoord. En we hopen natuurlijk dat wij andere landen ook kunnen inspireren om zich aan te sluiten bij de Alliantie 8.7.
De pionierslanden (pathfinder countries) gaan verder en sneller om doelstelling 8.7 te halen. Zij verbinden zich ertoe hun inspanningen te versnellen, nieuwe benaderingen uit te proberen en met anderen samen te werken. Nederland is de tweede EU-lidstaat die een pioniersland wordt voor Alliantie 8.7.
IAO-Brussel interviewde Wilm Geurts, Directeur Internationale Zaken bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland, over deze nieuwe status, en blikken vooruit naar de Vijfde Internationale conferentie over kinderarbeid, die wordt georganiseerd door Zuid-Afrika in mei 2022.
Waarom heeft Nederland beslist om een pionier/pathfinder te worden en welke zijn de voornaamste prioriteiten van de Overheid?
Nederland is sinds lange tijd betrokken bij de strijd tegen kinderarbeid. De tweede Internationale conferentie over kinderarbeid vond bijvoorbeeld in 2010 plaats in Den Haag. Ook vorig jaar n.a.v. het Internationaal Jaar tegen kinderarbeid heeft Nederland een aantal activiteiten op touw gezet. De pathfinder status past goed bij ons engagement om samen met alle partijen kinderarbeid uit te bannen.
Ons plan bevat drie prioriteiten:
1/ het bedrijfsleven stimuleren en activeren
We benaderen en ondersteunen het bedrijfsleven actief met verschillende instrumenten, zoals bewustwordingscampagnes, het delen van kennis en het bieden van technische en financiële ondersteuning. Die instrumenten ontwikkelen overheid, sociale partners en NGOs samen. Er zijn tools die bedrijven rechtstreeks kunnen helpen, zoals bv. het Fonds Bestrijding Kinderarbeid dat subsidies toekent aan bedrijven zodat ze doelgerichte projecten tegen kinderarbeid in hun toeleveringsketen kunnen opzetten.
Wetgeving die bedrijven in algemene zin verplicht due diligence toe te passen in hun ketens zal uiteindelijk het sluitstuk vormen. Het nieuwe kabinet heeft besloten tot nationale wetgeving en is in afwachting van het aangekondigde voorstel van de Europese Commissie op dit gebied. Samen met allerlei andere maatregelen om het bedrijfsleven te stimuleren en te ondersteunen, moet dit bedrijven gaan helpen duurzaam te ondernemen in de toeleveringsketen.
2/ de internationale dialoog verder brengen en verdiepen
Nederland vindt het belangrijk om dit onderwerp te blijven agenderen. We proberen de agenda vooruit te brengen, op internationaal niveau, maar ook op nationaal niveau en hierbij betrekken we alle partners. Zo hebben we het afgelopen jaar aan diverse conferenties en events een bijdrage geleverd om best practices te delen en het belang van onderwijs en een leefbaar loon te onderstrepen. Ik denk bijvoorbeeld aan een duo-optreden van mijn collega van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de directeur duurzaamheid van Verstegen Spices & Sauces tijdens de Internationale Conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) om de concrete projecten dankzij het Fonds Bestrijding Kinderarbeid over het voetlicht te brengen.
3/ impact en vooruitgang monitoren en resultaten boeken
Engagement en ambities uitspreken is één zaak, maar ze opvolgen en ook resultaten boeken is twee. Via haar deelname aan de Monitoring working group van de Alliance probeert Nederland hieraan ook actief bij te dragen.
U vermeldde het engagement van Nederland om kinderarbeid in de mondiale toeleveringsketen te bestrijden. Welke strategie zal uw land hanteren?
Eén pijler is de dialoog met het bedrijfsleven. We zien een grote bereidheid, maar bedrijven hebben wel hulp nodig. Een tweede pijler is de samenwerking met lokale partners via een gebiedsgerichte aanpak. Oplossingen kunnen alleen maar duurzaam zijn als alle partijen betrokken worden terplekke.
Dat doen we via het programma Work: no child’s business. Dit programma richt zich op de aanpak van alle factoren en oorzaken van kinderarbeid, zoals armoede en gebrekkig onderwijs. Daarnaast werken we ook nauw samen met lokale overheden in de productielanden zelf. Nederland ondersteunt bv. het ACCEL project dat zich richt op de uitbanning van kinderarbeid in een aantal landen in Afrika.
Elk jaar worden naar schatting tussen 5,000 en 7,500 kinderen en volwassenen het slachtoffer van mensenhandel in Nederland. Hoe pakt de Overheid dit probleem aan?
Deze schattingen komen uit het Voortgangsrapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en dit is inderdaad een aangrijpend aantal. We worden geconfronteerd met een hardnekkig probleem.
We hebben een Nationaal programma ’Samen tegen mensenhandel’ waarbij onder meer gemeentes, de inspectie, justitie en professionals in het veld samenwerken. Mensenhandel doet grove afbreuk aan de waardigheid van mensen. Daarom zet het nieuwe kabinet dit programma voort en nemen we maatregelen tegen uitbuiting. Er komt een nieuwe wet die sekswerk beter moet reguleren. Er wordt ook aandacht besteed aan de verbetering van de strafbaarstelling, en (de toegankelijkheid van) hulpverlening voor slachtoffers.
Wat zijn uw verwachtingen voor de 5e internationale conferentie over kinderarbeid?
Ik hoop op een brede aanwezigheid, van alle partijen: de sociale partners, NGOs, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en overheden. Zoals ik al zei is monitoring erg belangrijk: we moeten goed analyseren waar we nu staan t.o.v. de eerder gemaakte pledges (bv. tijdens het Internationaal Jaar in 2021). Het zal belangrijk zijn om de gemaakte pledges na te komen, want we zijn er zeker nog niet.
Op basis van deze analyse moeten we een actiegerichte agenda vooropstellen, en de dialoog versterken tussen producerende en consumerende landen. Geen enkel land kan het probleem van kinderarbeid op zichzelf aanpakken: samenwerking is het sleutelwoord. En we hopen natuurlijk dat wij andere landen ook kunnen inspireren om zich aan te sluiten bij de Alliantie 8.7.