Actief arbeidsmarktbeleid in de EU

Tijdens een hoorzitting in het Europees Parlement besprak Steven Tobin belangrijke overwegingen om een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid te voeren in de EU.

3 december 2015

Inhoud ook beschikbaar in: English français
Tijdens een hoorzitting van de Commissie voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het Europees Parlement gaf Steven Tobin van het IAO-Onderzoeksdepartement een lezing over goede praktijken op vlak van actief arbeidsmarktbeleid in de EU-lidstaten.

Net wanneer maatregelen voor een actief arbeidsmarktbeleid het meest nodig zijn om werkzoekenden met de arbeidsmarkt verbonden te houden, gaan overheden hun uitgaven vaak drastisch verminderen om hun begroting in evenwicht te brengen. Zo verminderden overheden in de EU hun uitgaven voor een actief arbeidsmarktbeleid (uitgedrukt als percentage van het BBP) tussen 2011 en 2013, ondanks een tweevoudige toename van het aantal langdurig werklozen tijdens die periode. Een dergelijke strategie is vaak nefast voor groei op de lange termijn aangezien het de tewerkstellingskansen van de beroepsbevolking vermindert.

“Wanneer ze goed ontworpen zijn, kunnen maatregelen in het kader van een actief arbeidsmarktbeleid fiscaal neutraal zijn op de middellange termijn,” legde Tobin uit, “ze helpen mensen immers terug aan het werk en stoppen de uitholling van vaardigheden die uiteindelijk tot een lager inkomen leidt.”

Een actief arbeidsmarktbeleid is pas doeltreffend wanneer het zich richt op de obstakels die werkzoekenden ervan weerhouden om terug aan de slag gaan. Vandaar de noodzaak voor effectieve diensten voor arbeidsbemiddeling, die nagaan welke barrières werkzoekenden ervaren en hoe ze hieraan het hoofd kunnen bieden d.m.v. interventies op maat. De sociale partners hebben hierin een cruciale rol te spelen, aangezien de relevantie en de doeltreffendheid van de activeringsmaatregelen pas kan toenemen wanneer alle partijen samenwerken.

Ook vroeg ingrijpen kan de kans verhogen dat mensen terug aan de slag te gaan. Langdurige werkloosheid vergroot het risico op een geleidelijk verlies van vaardigheden, alsook de kans dat iemand ophoudt werk te zoeken. Dit maakt de overgang naar inactiviteit waarschijnlijker. Opleidingen kunnen de transitie tussen werkloosheid en periodes van tewerkstelling vlotter maken, omdat ze de kennis en vaardigheden die iemand heeft verworven, op peil houden, en incentives geven waardoor mensen beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt.

Mijnheer Tobin wees ook op het belang van levenslang leren. De vaardigheden die de arbeidsmarkt vereist, veranderen zo snel, dat de kloof tussen vraag en aanbod al vlug groter wordt. Het is daarom cruciaal dat vaardigheden constant worden aangescherpt, waardoor de kans om opnieuw aan de slag te kunnen, vergroot.

Ingrepen aan de aanbodzijde volstaan echter niet. Arbeidsmarkten moeten ook voldoende jobs creëren. Hiervoor zijn bijkomende investeringen nodig. Vandaar het belang van het Investeringsplan voor de EU, dat door een verminderd risico voor private actoren investeringen wil mobiliseren, en jobs creëren. De impact van dit Plan op de tewerkstelling zal groter en meer evenwichtig zijn, wanneer fondsen worden aangewend met aandacht voor werkloosheidsniveaus, en wanneer een actief arbeidsmarktbeleid bijkomende ondersteuning biedt, zoals blijkt uit onderzoek van de IAO.

Al deze overwegingen vereisen voldoende institutionele capaciteit, ook langs overheidszijde, een cultuur die evalueert wat goed werkt, en een vlotte interactie tussen ingrepen aan vraag- en aanbodzijde.