Inleiding
De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) is het agentschap van de Verenigde Naties dat gespecialiseerd is in het streven naar sociale rechtvaardigheid en internationaal erkende mensen- en arbeidsrechten. Dit agentschap werd opgericht in 1919 en is de enige grote overlevende instelling van alle instellingen die door het Verdrag van Versailles werden gecreëerd. In 1946 werd de IAO het eerste gespecialiseerde agentschap van de Verenigde Naties. Meer informatie over de geschiedenis van de IAO.
Historiek
De Internationale Arbeidsorganisatie werd opgericht in 1919, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, tijdens de Vredesconferentie die eerst in Parijs en later in Versailles werd gehouden.
De nood voor zulk een organisatie werd reeds in de negentiende eeuw naar voorgebracht door twee industriëlen, Robert OWEN (1771-1853) uit Wales en Daniel LEGRAND (1783-1859) uit Frankrijk. Nadat hun ideeën werden getest binnen de Internationale Vereniging voor Arbeidswetgeving, die in 1901 in Bazel was gesticht, werden ze opgenomen in de Grondwet van de IAO (Pdf - 2.5 Mo), die door de Vredesconferentie in april 1919 werden aangenomen.
Aanvankelijk was het streven vooral humanitair. De omstandigheden waarin het steeds groeiende aantal arbeiders moest werken en de manier waarop ze werden uitgebuit zonder het minste respect voor hun gezondheid, hun gezinsleven en hun vooruitgang, werden almaar minder aanvaardbaar.
Aan het einde van de oorlog waarin zoveel arbeiders zoveel van zichzelf hadden gegeven op het slagveld en in de industrie, gaven de deelnemers van de Vredesconferentie nog een andere reden voor de oprichting van de Internationale Arbeidsorganisatie. Dit idee staat meteen in het begin van de Statuten: "universele en duurzame vrede kan enkel worden bereikt indien ze gebaseerd is op sociale rechtvaardigheid".
De eerste jaarlijkse Internationale Arbeidsconferentie begon op 29 oktober 1919 in Washington. Ze nam de eerste zes Internationale Arbeidsverdragen aan, die handelden over het aantal werkuren in de industrie, de werkloosheid, de bescherming van het moederschap, het nachtwerk voor vrouwen, de minimumleeftijd en het nachtwerk voor jonge mensen in de industrie.
Het Raad van Beheer koos Albert THOMAS als de eerste Directeur van het Internationaal Arbeidsbureau, dat het permanent Secretariaat van de Organisatie is. Hij was een Frans politicus. De IAO werd in de zomer van 1920 gevestigd in Genève. In minder dan twee jaar werden er 16 Internationale Arbeidsverdragen en 18 Aanbevelingen aangenomen. Maar het enthousiasme dat de drijfkracht van de Organisatie was geweest, verminderde snel. Bepaalde regeringen vonden dat er teveel Verdragen waren, dat de publicaties teveel kritiek leverden en dat het budget te hoog was.
In 1926 kwam er een belangrijke vernieuwing toen de Internationale Arbeidsconferentie een controlesysteem invoerde dat de toepassing van haar normen moest nagaan. Dit systeem bestaat ook vandaag nog. De Conferentie richtte een Comité van Deskundigen op dat bestond uit onafhankelijke juristen die de regeringsverslagen moesten onderzoeken en elk jaar zelf hun eigen rapport aan de Conferentie moesten voorleggen.
Albert THOMAS overleed plots in 1932. Zijn opvolger, Harold BUTLER uit England, werd al gauw geconfronteerd met de Grote Depressie en met de massale werkloosheid die hiervan het gevolg was. In deze periode onderhandelden de afgevaardigden van de werknemers en de werkgevers zonder voldoende resultaten over de werktijdvermindering. In 1934, terwijl Franklin D. ROOSEVELT President was, werden de Verenigde Staten die niet tot de Liga der Naties behoorden, Lid van de IAO.
In 1939 diende Harold BUTLER zijn ontslag in. De voornaamste taak van zijn opvolger, John WINANT, was de Organisatie voorbereiden op de dreigende oorlog. In mei 1940 besliste de Directeur de hoofdzetel van de Organisatie tijdelijk naar Montreal in Canada te verhuizen. Zwitserland was immers volledig geïsoleerd en omringd door een oorlogvoerend Europa.
Edward PHELAN uit Ierland werd in 1941 benoemd tot Directeur. Hij kende de IAO door en door, omdat hij had meegewerkt aan de basisteksten van de Statuten. En weer speelde hij een belangrijke rol tijdens de bijeenkomst van de Internationale Arbeidsconferentie in Philadelphia, die plaatsvond toen de Tweede Wereldoorlog in alle hevigheid was losgebarsten. Aan deze Arbeidsconferentie namen afgevaardigden van regeringen, werkgevers en werknemers uit 41 landen deel. De delegaties namen de verklaring van Philadelphia aan. Deze verklaring, gekoppeld aan de Grondwet, vormt nog altijd een basistekst voor de werking en doelstellingen van de IAO.
In 1948 werd de Amerikaan David MORSE verkozen tot hoofd van de IAO, een functie die hij tot 1970 uitoefende. Tijdens deze tweeëntwintig jaar durende periode werd het aantal Lidstaten verdubbeld, kreeg de Organisatie haar universeel karakter en werden de industrielanden minder talrijk dan de ontwikkelingslanden. In 1960 richtte de IAO het Internationaal Instituut voor Arbeidsonderzoek op in haar hoofdzetel in Genève. En in 1965 richtte ze het Internationaal Opleidingscentrum op in Turijn. In 1969, kreeg de IAO de Nobelprijs voor de Vrede ter gelegenheid van de viering van haar vijftigjarig bestaan.
De Engelsman Wilfred JENKS, die Directeur-generaal was van 1970 tot aan zijn dood in 1973, werd geconfronteerd met de politisering van de arbeidsproblemen die voortvloeide uit het Oost-West-conflict. Hij was een gerenommeerde jurist en een gedreven pleiter voor de mensenrechten, de gerechtigheid, de drieledigheid (tripartisme) en de morele autoriteit van de IAO bij internationale problemen.
Hij werd opgevolgd door Francis BLANCHARD, een voormalig vooraanstaande functionaris van de Franse regering. Mr. BLANCHARD speelde een actieve rol bij de ontwikkeling van de technische samenwerking op grote schaal. Hij bekleedde deze functie vijftien jaar lang, van 1974 tot 1989. Toen de Verenigde Staten door hun terugtrekking (1977 tot 1980) uit de organisatie een crisis uitlokten omdat daardoor een kwart van het budget verloren ging, slaagde hij er in zware schade aan de IAO te voorkomen. De VS werden opnieuw lid van de Organisatie in het begin van de Reagan administratie. Tijdens deze periode zette de IAO vastberaden haar werk ter verdediging van de mensenrechten voort. Zodanig speelde de IAO een belangrijke rol bij de emancipatie van Polen door haar volledige steun te geven aan de wettigheid van de Solidarnosc Vakbond, gebaseerd op het naleven van Verdrag nr. 87 (1948) over de vrijheid van vereniging, dat in 1957 door Polen was bekrachtigd.
In 1989 werd Michel HANSENNE, voormalig Belgisch Minister van Arbeid en Tewerkstelling, de eerste Directeur-generaal na het einde van de koude oorlog. In 1993 werd hij voor een tweede ambtstermijn verkozen. Zijn voornaamste verantwoordelijkheid was de IAO naar de 21ste eeuw te leiden met alle morele autoriteit, professionele bekwaamheid en administratieve efficiëntie waarvan de Organisatie reeds 75 jaar lang blijk had van gegeven. Tegenover de nieuwe uitdagingen wilde hij dan ook aan de IAO de middelen geven om een volwaardige rol te spelen in de voornaamste internationale raden over economische en sociale ontwikkeling, om zo van de sociale gerechtigheid de kern van de debatten te maken. Onder de leiding van Michel HANSENNE nam de Internationale Arbeidsconferentie op 18 juni 1998 de IAO Verklaring over de Fundamentele Principes en Rechten op het Werk aan. Deze Verklaring verplicht alle leden van de IAO, zelfs wanneer ze de Verdragen niet bekrachtigd hebben, "te goeder trouw en in overeenstemming met de Statuten, de principes inzake de fundamentele rechten waarover deze Verdragen handelen, te eerbiedigen" evenals verslagen in te dienen over de manier waarop ze de principes van deze Verdragen toepassen.
Op 25 maart 2003 werd J. SOMAVIA met een zeer grote meerderheid herkozen voor een tweede mandaat van vijf jaar. Hij heeft zich ertoe gebonden "zich in te zetten voor een nieuw sociaal contract, gebaseerd op fatsoenlijk werk voor iedereen en een mondialisering die niemand achterop laat.
In juni 2008 nam de IAO met algehele unanimiteit van haar 183 leden de Verklaring inzake de Sociale Rechtvaardigheid ter bevordering van een Billijke Mondialisering aan. In de Verklaring wordt de Agenda voor Waardig Werk gedefinieerd en worden de methodes nader uitgewerkt die noodzakelijk zijn voor de invoering van de Agenda. De Verklaring benadrukt bovendien het belang van de ratificatie en de toepassing van de internationale arbeidsconventies, de technische samenwerking ter assistentie van de leden (regeringen en sociale partners), en de samenwerking met andere internationale organisaties (zoals de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en de Verenigde Naties) en met andere regionale organisaties zoals de Europese Unie.
In november 2008 werd Juan Somavia herkozen voor een derde mandaat als Directeur-Generaal van de IAO. Hij zal zijn nieuwe mandaat waarnemen vanaf maart 2009. Hij heeft beloofd garant te staan voor sociale rechtvaardigheid en waardig werk, ook in de context van de mondiale financiële en economische crisis.
De maatregelen genomen in antwoord op de financiele en economische crisis, dewelke ten volle uitbarstte in september 2008, vormen een absolute prioriteit voor de IAO. Het Bureau van de Raad van Bestuur nam reeds een gezamenlijke verklaring (Pdf - 114 Ko) aan in 2008 m.b.t. de eerste herstelmaatregelen t.a.v. de crisis. In Juni 2009 keurde de IAO het mondiale jobs pact bij consensus tussen de 183 landen goed. De EU droeg ook bij tot de bespreking en goedkeuring van het pact. Deze tekst bevat beginselen en initiatieven die landen en regio’s, zoals de EU, best in overweging nemen bij de bestrijding van de crisis.;
|