World Social Protection Report 2020-22

Meer dan 4 miljard mensen hebben nog steeds geen sociale bescherming

De COVID-19 pandemie heeft de kloof op het gebied van sociale bescherming tussen landen met hoge en lage inkomensniveaus blootgelegd en verergerd.

Persbericht | 1 september 2021
Contact: Sophie Berlamontberlamont@iloguest.org
GENEVE/BRUSSEL (IAO Nieuws) - Ondanks de ongekende wereldwijde uitbreiding van de sociale bescherming tijdens de COVID-19-crisis, blijven meer dan 4 miljard mensen over de hele wereld volledig onbeschermd, aldus een nieuw rapport van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).

Het rapport stelt een ongelijke en ontoereikende reactie op de pandemie vast, waardoor de kloof tussen landen met hoge en lage inkomens werd vergroot en de broodnodige sociale bescherming, waarop alle mensen recht hebben, niet werd aangeboden.

Sociale bescherming omvat toegang tot gezondheidszorg en een inkomenszekerheid, met name in verband met ouderdom, werkloosheid, ziekte, invaliditeit, arbeidsletsel, moederschap of bij het verlies van een hoofdinkomen, en voor gezinnen met kinderen.

"Landen staan op een kruispunt", zei Guy Ryder, Directeur-generaal van de ILO. "Dit is een cruciaal moment. We moeten de reactie op de pandemie aangrijpen om een nieuwe generatie op rechten gebaseerde sociale zekerheidssystemen uit te bouwen. Deze moeten mensen beschermen tegen toekomstige crisissen alsook de werknemers en bedrijven de zekerheid bieden om de verschillende toekomstige ontwikkelingen vol vertrouwen en hoop tegemoet te treden. We moeten erkennen dat een doeltreffende en uitgebreide sociale bescherming niet alleen essentieel is voor sociale rechtvaardigheid en waardig werk, maar ook voor het creëren van een duurzame en veerkrachtige toekomst".

Het World Social Protection Report 2020-22: Social protection at the crossroads - in pursuit of a better future, geeft een globaal overzicht van de recente ontwikkelingen in sociale beschermingssystemen, waaronder sociale beschermingssokkels en gaat in op de gevolgen van de COVID-19-pandemie. Het verslag brengt de lacunes in sociale bescherming in kaart en formuleert belangrijke beleidsaanbevelingen, onder meer in verband met de doelstellingen van de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling.

Momenteel is slechts 47% van de wereldbevolking daadwerkelijk gedekt door ten minste één sociale beschermingsuitkering, terwijl 4,1 miljard mensen (53%) helemaal geen inkomenszekerheid genieten van hun nationaal sociale zekerheidssysteem.

Er bestaan aanzienlijke regionale ongelijkheden op het gebied van sociale bescherming. Europa en Centraal-Azië hebben de hoogste dekkingspercentages: 84 procent van de mensen geniet ten minste één uitkering. Ook Noord- en Zuid-Amerika liggen met 64,3 procent boven het wereldgemiddelde. Azië en de Stille Oceaan (44 procent), de Arabische Staten (40 procent) en Afrika (17,4 procent) vertonen duidelijke gaten in de dekking.

Wereldwijd heeft de overgrote meerderheid van kinderen nog steeds geen adequate sociale bescherming - slechts een op de vier kinderen (26,4 procent) geniet van een sociale beschermingsmaatregel. Wereldwijd ontvangt slechts 45 procent van de vrouwen met pasgeborenen een zwangerschapsuitkering. Wereldwijd ontvangt slechts één op de drie personen met een ernstige handicap (33 procent) een inkomensvervangende tegemoetkoming. De dekking van de werkloosheidsuitkeringen is nog geringer; slechts 18,6% van de werklozen wereldwijd is daadwerkelijk gedekt. En hoewel 77,5 percent van de mensen boven de pensioengerechtigde leeftijd een of andere vorm van ouderdomspensioen ontvangt, blijven er grote verschillen bestaan tussen regio's, tussen plattelands- en stedelijke gebieden, en tussen vrouwen en mannen.

Ook de overheidsuitgaven aan sociale bescherming lopen sterk uiteen. Gemiddeld besteden landen 12,8% van hun bruto binnenlands product (BBP) aan sociale bescherming (exclusief gezondheidszorg), maar landen met een hoog inkomen besteden 16,4% en landen met een laag inkomen slechts 1,1% van hun BBP aan sociale bescherming.
Volgens het rapport is het financieringstekort (de extra uitgaven die nodig zijn om iedereen ten minste een minimale sociale bescherming te bieden) sinds het begin van de COVID-19-crisis met ongeveer 30% toegenomen.

Om ten minste een minimale sociale bescherming te garanderen, zouden de lage-inkomenslanden jaarlijks 77,9 miljard US dollar extra moeten investeren, de lagere-middeninkomenslanden 362,9 miljard dollar extra per jaar en de hogere-middeninkomenslanden 750,8 miljard dollar extra per jaar. Dat komt overeen met respectievelijk 15,9, 5,1 en 3,1 procent van hun BBP.

De maatregelingen die landen genomen hebben ter bestrijding van de crisis heeft enorme overheidsuitgaven met zich mee gebracht, waardoor er een enorme druk op landen ligt om over te gaan op begrotingsconsolidatie. Maar het zou zeer schadelijk zijn om te bezuinigen op sociale bescherming; er moet hier en nu worden geïnvesteerd," zei Shahra Razavi, directeur van de afdeling Sociale bescherming van de IAO.
"Sociale bescherming is een belangrijk instrument met verreikende sociale en economische voordelen op alle ontwikkelingsniveaus. Sociale bescherming kan de basis vormen voor betere gezondheidszorg en beter onderwijs, meer gelijkheid, duurzamere economische stelsels, beter beheerde migratie en het naleven van fundamentele rechten. Om de systemen uit te bouwen die deze positieve resultaten opleveren, is er een mix van financieringsbronnen en meer internationale solidariteit nodig, met name wat de steun aan armere landen betreft" zei ze.

Specifieke maatregelen ter bevordering van universele sociale bescherming werden belicht in de wereldwijde oproep tot actie voor een mensgericht herstel van de COVID-19-pandemie. De oproep tot actie, die een uitgebreide agenda voor herstel schetst, werd in juni 2021 unaniem goedgekeurd door de lidstaten van de IAO, die de regeringen en de werknemers- en werkgeversorganisaties vertegenwoordigen.

*****
Contact persoon:
Sophie Berlamont, ILO-Brussel, Tel: +32 4 85 52 0398, E-mail: berlamont@iloguest.org.