Toegang tot bescherming en rechtsmiddelen voor slachtoffers van mensenhandel met het oog op arbeidsuitbuiting

Vorige week organiseerden de IAO-Brussel en de SIOD gezamenlijk een online workshop over "Toegang tot bescherming en rechtsmiddelen voor slachtoffers van mensenhandel met het oog op arbeidsuitbuiting".

Nieuwsbericht | 27 oktober 2021
Het doel van deze workshop was de sociale inspectiediensten, waaronder de arbeidsinspectiediensten in België, bewust te maken van de problematiek en om geïnteresseerde stakeholders de praktische aspecten van toegang tot rechtsmiddelen en bescherming voor slachtoffers en van mensen die risico lopen op uitbuiting te illustreren. Een gesprek met Hilaire Willems, Adjunct Directeur van SIOD, waar hij zijn kennis en ervaring rond dit onderwerp met ILO-Brussels deelt.

Kan u uw organisatie aan ons voorstellen? Wat doen jullie precies?

De SIOD (Sociale Inlichtingen-en Opsporingsdienst) is een belangrijke actor in de strijd tegen de nationale en grensoverschrijdende sociale fraude. De SIOD is geen operationele dienst en voert dus geen onderzoeken uit op het terrein zoals de inspectiediensten dat doen. De SIOD is echter wel een coördinerend en strategisch orgaan dat op basis van de kennis en inzichten van de betrokken diensten en wetenschappelijke ondersteuning een visie ontwikkelt op sociale fraudebestrijding en deze vertaalt in concrete strategieën. Op die manier draagt de SIOD ook bij tot het strategisch plan en de jaarlijkse actieplannen sociale fraudebestrijding en tot de werking van het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. De SIOD verzorgt eveneens de coördinatie op het vlak van de beleidsondersteuning, in het kader van het strategisch plan en de jaarlijkse operationele actieplannen. Een volledig overzicht van de missie, opdrachten en samenstelling van de SIOD kan gevonden worden in hoofdstuk 2 van het Sociaal Strafwetboek.

Wat heeft u geleerd uit de studie en met welke aanbevelingen gaat u verder aan de slag binnen uw organisatie?

De studie die door ILO-Brussel en mevr. Weatherburn is uitgevoerd is een heel belangrijke studie die focust op de rol van een aantal belangrijke partners in de toegang tot rechtsmiddelen en bescherming van potentiële slachtoffers van mensenhandel gericht op economische uitbuiting. Voor de SIOD is uiteraard de bijzondere rol van de sociale inspectiediensten van groot belang. In dat opzicht zijn we verheugd dat de studie gefocust heeft op hoe sociaal inspecteurs kunnen bijdragen aan de opsporing en toegang tot rechtsmiddelen, bv. door gedetailleerde informatie omtrent de situatie/arbeidsomstandigheden op te nemen in het inspectierapport, door contactgegevens van potentiële slachtoffers te noteren, door slachtoffers te informeren over hun rechten.

De SIOD draagt samenwerking hoog in het vaandel. We zijn een sterke voorstander van een integrale en geïntegreerde aanpak. Gelet op de bijzondere complexiteit van mensenhandel, is een dergelijke aanpak ook noodzakelijk. In dat opzicht is het leerrijk om ook elementen in het rapport te vinden over de rol van andere actoren (bv. vakbonden, gerecht, NGO’s). Een meerwaarde van de studie is dat het rapport niet alleen ingaat op knelpunten, maar ook suggesties doet om deze aan te pakken (bv. materieel voordeel voor slachtoffer koppelen aan een administratieve geldboete, awareness verhogen rond bestaande tools van sociaal inspecteurs) en een aantal best practices uit twee landen naar voren brengt (bv. betaling van loon ter plaatse).

Mensenhandel is een van de beleidsprioriteiten die is opgenomen in het Strategisch Plan Sociale Fraudebestrijding (dat momenteel wordt geconcretiseerd voor de periode 2022-2025). De SIOD ambieert een programmatische aanpak van dit fenomeen: dit was al reeds voorzien in het huidig operationeel actieplan van 2021 en dit zal ook bestendigd worden in het nieuwe actieplan. Uit de studie en de workshop in het algemeen zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd waarmee SIOD verder aan de slag wil gaan. Ik denk hierbij bv. aan de nood aan verdere samenwerking met alle partners in de handhavingsketen, de vraag tot verdere sensibilisering en opleiding van sociaal inspecteurs of het formuleren van voorstellen tot aanpassing van het huidig wettelijk kader.

Welke rol hebben sociaal inspecteurs in de detectie en het faciliteren van toegang tot rechtsmiddelen en bescherming aan slachtoffers van mensenhandel met het oog op arbeidsuitbuiting?

Wellicht dat er door veel mensen in eerste instantie aan de politiediensten gedacht wordt, indien men hen zou vragen wie slachtoffers van mensenhandel detecteert. En uiteraard, de politie heeft een grote rol te spelen in dit verhaal. Maar sociaal inspecteurs ook. Zij zijn immers bijzonder goed geplaatst om potentiële slachtoffers te detecteren aangezien zij op arbeidsplaatsen komen. Op plaatsen waar arbeid plaatsheeft en waar mensen dus uitgebuit (kunnen) worden. Zij kunnen vaststellingen doen over de werksituatie, kunnen werkgevers verhoren en kunnen met werknemers in gesprek gaan. Dit laatste geeft ze ook de kans om werknemers te informeren over hun rechten, om ze door te verwijzen naar gespecialiseerde centra.

Sommige inspectiediensten hebben gespecialiseerde teams die rond mensenhandel werken, denk maar aan de RSZ of TSW. Deze teams hebben gespecialiseerde kennis in deze materie en geven ook opleidingen aan andere sociaal inspecteurs.


Welke objectieven zijn er bereikt met de organisatie van de workshop?

Tijdens de voorbereiding van de workshop werd besloten dat de voornaamste doelstelling bestond uit awareness-raising en het sensibiliseren van (gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde) sociaal inspecteurs rond de problematiek van detectie en toegang tot bescherming en rechtsmiddelen voor (potentiële) slachtoffers van mensenhandel gericht op economische uitbuiting. Als we kijken naar het groot aantal deelnemers vanuit de verschillende inspectiediensten, denk ik, dat deze doelstelling behaald is. Er is een grote belangstelling voor de workshop getoond. Dit toont aan dat we op goede weg zijn voor verdere sensibiliseringsacties of om opleidingen te organiseren.

Daarnaast denk ik dat we er samen ook in geslaagd zijn om interessante sprekers vanuit diverse invalshoeken (sociale inspectiediensten, sociale partners, justitie, beleid) rond dit thema verenigd te krijgen. Er is een grote bereidheid tot samenwerking, tot luisteren naar elkaar, tot het zoeken naar oplossingen.

Algemeen genomen denk ik dat we van een geslaagde samenwerking tussen ILO-Brussel en SIOD mogen spreken.